
De Lonely Planet is niet zo loslippig over het Braziliaanse plaatsje, maar in het internetcafé lees ik dat het onmogelijk is om Alto Paraiso de Goias te bezoeken zonder een buik vol vlinders op te lopen. Het pronkt vanaf Machu Picchu’s hoogte en geeft meer licht dan welke plek ook ter wereld. Dat komt door de hoeveelheid mineralen en kristallen, verklaart NASA. Ook lees ik dat de vierduizend inwoners bijna zonder uitzondering van buitenaf komen, globetrotters die hun reis staakten en besloten te blijven. Allan en ik relativeren de hypothetische schoonheid van het Noordoosten (ons oorspronkelijke doel) en gooien ons reisschema om. Na 36 uur verzitten in busstoelen en een nachtelijke tocht door een slapend dorpje ontwaken we in het plaatsje dat de naam ‘het hoge paradijs’ kreeg.
Het gaat hier niet om een gemaakt paradijs, zoals Dubai of Disneyland, maar om een utopische omgeving ontsproten aan de borderline van het universum zelf. Die authenticiteit is overal voelbaar. De enige tweerichtingsstraat loopt stijl omhoog en wordt gesandwicht door memorabele veganistische eettentjes en schattige boetiekjes waar je kristallen, kunst of meditatiekussens kan kopen. Bovenaan de weg slalomt een jongen op een motor en daarachter een karretje met een megafoon. Door de speaker klinkt een kinderlijk vrouwenstemmetje die het dorp van het laatste nieuws voorziet. Mensen hebben hier geen abonnement op de krant, ze hebben het al druk genoeg met het verorberen van verse acai-smoothies en relaxen op de yogamat of in de spa.
Alto Paraiso is ook de gateway naar Parque Nacional da Chapada dos Veadeiros, een nationaal park dat twintig kilometer verder ligt. Dit ongerept stukje natuur op meer dan 1600 meter hoogte is een collage van dramatische bergen, valleien, natuurlijke waterbronnen, palmbomen en rotsen van miljoenen jaren oud. En er is nog een reden waarom President Juscelino Kubitschek de plek erkend heeft als werelderfgoed; de unieke en rakethoge flora en fauna variëteit. Helaas is het regenseizoen als wij er zijn en is het park onbegaanbaar, maar ik kom ongetwijfeld terug om de ‘vallei van de maan’ en omliggende natuurwonderen met grote ogen aan te staren.
In het dorpje schop ik mijn slippers uit en hul mijn voeten in sokken van aarde en zand. De bewoners geloven dat de energie hier anders is, door de vele kristallen, en dat je beter kan aarden als je blootvoets leeft. Het straatbeeld wordt gedomineerd door dreadlocks, maar er zijn geen spandoeken van Bob Marley. Mensen zoeken het liever in zichzelf. Boven mij zigzagt een papegaaienduo. Brutaal geven ze blijk van hun aanwezigheid. We zijn op weg naar een tempel net buiten het dorp, waar de bewoners regelmatig ceremonies houden en de medicinale plant ayahuasca uit het Amazonegebied consumeren.
Als we uit de tempel komen is de zon nog in protest. Ik spring in de laadbak van een jeep en zoek naar een hoekje en balans. Mijn hoofd valt vermoeid in mijn nek. Dan ontvouwt zich boven mij het mooiste moment van de hele reis en weet ik ineens precies waar die massale verliefdheid vandaan komt. Want op dat moment ontwaar ik ontelbaar veel sterren, fonkelend als vuurvliegjes, aan een krakend heldere hemel. Het is alsof er gouden confetti uitgestrooid is in de ruimte; carnaval van het universum. Ik vergeet een foto te maken, alles staat even stil en ik word volledig opgezogen in het moment. En toen besloot ik dat íedereen moet weten over dit geheime paradijs.